Samen koers zetten in een veranderend zorglandschap

22-07-2026
iv 111744879914

Binnen en rond Archipel ZHE komen op dit moment veel ontwikkelingen samen. De ouderenzorg verandert snel: ouderen blijven langer thuis wonen, terwijl hun zorgvragen steeds complexer worden. Tegelijkertijd neemt het aantal beschikbare professionals af en staan de financiële middelen onder druk. Op de Zuid-Hollandse Eilanden spelen daarnaast verschillen in bereikbaarheid, voorzieningen en sociale netwerken een belangrijke rol.

 

Volgens Joyce Simons, programmadirecteur van Archipel ZHE, maken deze ontwikkelingen duidelijk dat organisaties de ouderenzorg niet langer afzonderlijk kunnen organiseren.

 

“We moeten steeds meer vanuit een regionaal perspectief kijken,” vertelt Simons. “De uitdagingen waar we voor staan, houden niet op bij de grenzen van een organisatie, gemeente of zorgvorm. Alleen door gezamenlijk naar het totale zorgaanbod te kijken, kunnen we ervoor zorgen dat ouderen de juiste ondersteuning op de juiste plek ontvangen.”

 

Wachtlijsten én lege plaatsen

Ook binnen de intramurale ouderenzorg is sprake van een veranderende situatie. Er zijn wachtlijsten voor verpleeghuiszorg, terwijl op sommige locaties tegelijkertijd plaatsen leegstaan. Dat lijkt tegenstrijdig, maar volgens Simons is de werkelijkheid complexer.

 

“Leegstand betekent niet automatisch dat er minder behoefte aan zorg is,” legt ze uit. “Soms sluit een beschikbare plaats niet aan bij de specifieke zorgvraag van iemand. In andere gevallen kan een plaats door personeelstekorten niet daadwerkelijk worden ingezet.”

 

De ouderen die uiteindelijk in een verpleeghuis worden opgenomen, hebben bovendien vaak een zwaardere en complexere zorgvraag dan voorheen. Dat vraagt om voldoende gespecialiseerde kennis, passende capaciteit en een goede aansluiting tussen de verschillende vormen van zorg en ondersteuning.

 

“Het gaat niet alleen om de vraag hoeveel plaatsen er beschikbaar zijn,” aldus Simons. “We moeten vooral kijken of het aanbod past bij wat ouderen nodig hebben en of we de juiste professionals beschikbaar hebben om die zorg verantwoord te leveren.”

 

Een regionaal vangnet voor langer thuis

De beweging naar langer thuis wonen vraagt volgens Simons om meer dan alleen zorg aan huis. Er is een breed en betrouwbaar vangnet nodig, waarin ondersteuning, welzijn, eerstelijnszorg, mantelzorg en specialistische ouderenzorg goed op elkaar aansluiten.

 

“Langer thuis wonen kan alleen als mensen weten dat er ondersteuning beschikbaar is wanneer de situatie verandert,” zegt Simons. “Dat kan gaan om hulp vanuit het sociale netwerk, ondersteuning van mantelzorgers, verpleegzorg thuis, een tijdelijke opname of crisiszorg. Al die onderdelen moeten samen één keten vormen.”

 

Daarom is het volgens haar noodzakelijk om regionaal naar het volledige zorgaanbod te kijken: van lichte ondersteuning en verpleegzorg thuis tot tijdelijke opname en intensieve verpleeghuiszorg.

 

“We moeten voorkomen dat ouderen en hun naasten zelf hun weg moeten zoeken tussen allerlei organisaties en regelingen,” benadrukt Simons. “De zorg moet als geheel beter aansluiten, ook wanneer iemand tijdelijk of structureel meer ondersteuning nodig heeft.”

 

Bouwen aan regionale samenwerking

Archipel ZHE heeft de afgelopen jaren actief bijgedragen aan het versterken van de regionale samenwerking. Daarbij lag de nadruk in eerste instantie op het verbinden van de organisaties in de verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg.

 

“De afgelopen jaren hebben we veel geïnvesteerd in elkaar leren kennen en elkaar beter weten te vinden,” vertelt Simons. “Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar goede samenwerking begint met vertrouwen en inzicht in elkaars mogelijkheden en uitdagingen.”

 

Archipel speelde daarnaast een belangrijke rol bij de totstandkoming van het regionale transformatieplan Versterken Zelf- en Samenredzaamheid. Nu de uitvoering van dat plan op gang komt, blijft de VVT-sector volgens Simons een belangrijke partner.

 

“De beweging naar meer zelf- en samenredzaamheid raakt direct aan ons werk,” zegt ze. “Het gaat over de ondersteuning van mensen thuis, over de positie van mantelzorgers en over de samenwerking met welzijn, huisartsen en gemeenten. Tegelijkertijd moet professionele zorg beschikbaar blijven op de momenten dat die echt nodig is.”

 

Volgens Simons betekent zelf- en samenredzaamheid dan ook niet dat mensen alles zelf moeten oplossen.

 

“Het gaat erom dat we beter kijken naar wat iemand zelf kan, wat het netwerk kan betekenen en waar professionele ondersteuning nodig is,” licht ze toe. “Die balans verschilt per persoon en kan in de loop van de tijd veranderen.”

 

Aansluiting bij de nieuwe eerstelijnsverbanden

Een andere belangrijke ontwikkeling is de vorming van regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden, de zogenoemde RESV’s. Deze verbanden moeten bijdragen aan een sterkere en beter georganiseerde eerste lijn.

 

Voor ouderen die langer thuis wonen, is dat volgens Simons van groot belang.

 

“Huisartsen, wijkverpleging, apothekers, paramedici en andere eerstelijnsprofessionals spelen een cruciale rol in het vroeg signaleren en beantwoorden van zorgvragen,” vertelt ze. “Wanneer die samenwerking goed is georganiseerd, kunnen problemen eerder worden aangepakt en kan soms worden voorkomen dat een situatie escaleert.”

 

Tegelijkertijd moet nog verder worden uitgewerkt hoe Archipel ZHE en de samenwerkende VVT-organisaties zich tot deze nieuwe verbanden verhouden.

 

“We moeten met elkaar onderzoeken waar de gezamenlijke opgaven liggen en hoe we een goede aansluiting organiseren,” aldus Simons. “Daarbij is het belangrijk dat de kennis en ervaring van de VVT voldoende worden benut. Onze professionals weten veel over kwetsbare ouderen, complexe thuissituaties en de overgang tussen thuis en het verpleeghuis.”

 

Van verbinden naar gezamenlijk realiseren

Naast de regionale ontwikkelingen werkt Archipel ZHE ook aan de volgende fase van de eigen samenwerking. Waar de afgelopen jaren vooral in het teken stonden van verbinden en opbouwen, verschuift het accent nu naar gezamenlijk keuzes maken en plannen uitvoeren.

 

“We hebben een stevige basis gelegd,” zegt Simons. “De volgende stap is dat we duidelijker bepalen wat we gezamenlijk willen bereiken en hoe we daar verantwoordelijkheid voor nemen.”

 

Om die reden wordt het Koersboek van Archipel herijkt. Ook wordt verder gewerkt aan de organisatie, mandatering en financiering van de samenwerking.

 

“Wanneer je echt gezamenlijk wilt handelen, moet duidelijk zijn wie waarover besluiten kan nemen, hoe middelen worden ingezet en hoe organisaties zich aan gezamenlijke afspraken verbinden,” legt Simons uit. “Dat vraagt om heldere structuren, zonder dat we de kracht van de samenwerking en de ruimte voor maatwerk verliezen.”

 

De regiotafel krijgt een centrale rol

Deze ontwikkeling sluit aan bij het nieuwe inkoopkader van CZ Zorgkantoor. Daarin krijgt de regiotafel een centrale positie bij het analyseren van regionale gegevens, het bepalen van prioriteiten en het maken van afspraken over passende zorgcapaciteit.

 

Volgens Simons kan de regiotafel helpen om beslissingen meer op basis van een gezamenlijk regionaal beeld te nemen.

 

“We beschikken over steeds meer data over de ontwikkeling van de zorgvraag, de beschikbare capaciteit en de toegankelijkheid van de ouderenzorg,” vertelt ze. “De uitdaging is om die informatie gezamenlijk te duiden en te vertalen naar concrete keuzes.”

 

Daarbij gaat het niet alleen om verpleeghuiscapaciteit, maar ook om zorg thuis en om de toegankelijkheid van de volledige ouderenzorgketen.

 

“De verschillende onderdelen kunnen niet los van elkaar worden gezien,” benadrukt Simons. “Wanneer de ondersteuning thuis onder druk staat, heeft dat gevolgen voor de vraag naar tijdelijke of intramurale zorg. En als er onvoldoende passende verpleeghuiscapaciteit is, neemt de druk op de thuissituatie verder toe.”

Een belangrijk aandachtspunt is volgens haar hoe kan worden voortgebouwd op wat binnen Archipel al is ontwikkeld en hoe tegelijkertijd alle aanbieders van zorg vanuit de Wet langdurige zorg in de regio goed kunnen worden betrokken.

 

“Archipel heeft al een samenwerkingsstructuur en veel onderlinge verbindingen opgebouwd,” zegt ze. “Die basis willen we benutten. Tegelijkertijd moet de regiotafel breed genoeg zijn om alle relevante partijen een passende plek te geven.”

 

Ontwikkelingen met elkaar verbinden

De komende periode komen verschillende bewegingen bij elkaar: de uitvoering van het transformatieplan, de ontwikkeling van de RESV’s, de vernieuwde regiotafel en de herijking van de koers van Archipel ZHE.

Volgens Simons is het belangrijk dat deze ontwikkelingen niet als afzonderlijke programma’s naast elkaar blijven bestaan.

 

“Wanneer iedere ontwikkeling een eigen overlegstructuur, planning en doelstelling krijgt, bestaat het risico dat we veel tijd besteden aan afstemming zonder dat er in de praktijk voldoende verandert,” waarschuwt ze. “De opgave is juist om de verschillende bewegingen met elkaar te verbinden.”

 

Dat vraagt om keuzes, duidelijke afspraken en de bereidheid om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de uitvoering.

 

“Samenwerken is meer dan met elkaar in gesprek zijn,” aldus Simons. “Uiteindelijk moeten we ook besluiten nemen, acties uitvoeren en elkaar kunnen aanspreken op de gemaakte afspraken.”

 

Voor Simons blijft het gezamenlijke doel daarbij steeds het uitgangspunt: goede en toegankelijke ouderenzorg voor de inwoners van de Zuid-Hollandse Eilanden.

 

“Daar bouwen we de komende maanden verder aan,” besluit ze. “Ouderen moeten thuis kunnen blijven wonen waar dat verantwoord en wenselijk is, met een stevig netwerk van ondersteuning om hen heen. En wanneer intramurale zorg nodig wordt, moet die zorg beschikbaar en passend zijn. Dat kunnen we alleen bereiken door als regio samen koers te zetten.”

 

Heb je vragen over Archipel ZHE?
Neem dan contact op.
Mail onsOntvang de nieuwsbrief